Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • juf Anita
    Bezoekers:
  • De leerlijn spelling is een integraal onderdeel van de vierde editie van Taal actief. Het spellingpogramma volgt dezelfde thema's als het taal programma en er is een voortdurende wisselwerking tussen het leren van woorden, zinnen en teksten (taal) en het correct schrijven ervan (spelling).
    Vanaf dag één werken alle kinderen op hun eigen niveau. Alle kinderen starten met een beginopdracht: "Eerst proberen". Aan de hand van het aantal fouten bepaalt de leerkracht op welk niveau de kinderen aan de slag gaan. Elk niveau bestaat uit één of meer opdrachten. Taalzwakke kinderen beginnen met * (met verlengde instructie) en maken ook de opdracht bij **. De andere kinderen mogen * overslaan en beginnen met **. Zij maken vervolgens ook de opdracht bij ***. Zo haalt elk kind het basisniveau (**). Taalzwakke kinderen gebruiken het drempelniveau (*) als opstap. Voor taalsterke kinderen is er het verrijkingsniveau (***) als uitstap.

  • Algemene uitgangspunten

    Taal actief ondersteunt taalontwikkelend onderwijs op een uitdagende manier. De methode doet dit bij spelling volgens negen uitgangspunten:
    - kinderen uitdagen
    - intentioneel sturen
    - strategisch leren
    - leerdoel als leidraad
    - actief (re)construeren
    - gedifferentieerd werken
    - expliciet reflecteren
    - opbrengsgericht werken
    - domeinspecieke didactiek

  • Opbrengstgericht werken met leraren
  • Doelen

    Taal actief spelling sluit volledig aan bij de kerndoelen en referentieniveaus.

    Het hoofddoel van Taal actief spelling is dat de kinderen op een strategische wijze de woorden correct kunnen schrijven.

    Om dit te bereiken zijn er vijf subdoelen:
    - U leert de kinderen om de woorden uit de basiswoordenlijst spelling van Taal actief van groep 4 t/m 8 correct te schrijven.
    - U leert de kinderen strategieën aan om zich de schrijfwijze van de woorden eigen te maken.
    - U leert de kinderen vaardigheden om niet eerder aangeboden woorden toch correct te schrijven.
    - U leert de kinderen zich bewust te zijn van de spellingproblemen, de aanpak van de spellingproblemen en de controle op de juistheid van de schrijfwijze.
    - U realiseert dat de kinderen gemotiveerd en bereid zijn om woorden correct te schrijven volgens de spellingregels van de Nederlandse taal.

  • Structuur en organisatie

    Taal actief heeft een vaste opbouw en structuur, die van grooep 4 t/m 8 steeds hetzelfde blijft.
    Het leerjaar begint met een instapweek en eindigt met een uitstapweek. Daartussen zitten acht thema's van elk vier weken. Van de vier themaweken zijn de eerste drie weken gevuld met basisinsructie en gedifferentieerd oefenen. Week 4 is er voor de differentiatietaken n.a.v. de toetsresultaten. Na elke twee thema's, na acht weken dus, is er een parkeerweek. De twee thema's plus parkeerweek vormen samen een zg. blokperiode. Deze blokperiodes kunnen gebruikt worden om groepsoverzichten en groepsplannen op te stellen in het kader van opbrengstgericht werken.

    Tijdens de instapweek wordt het instapdictee afgenomen. Aan de resultaten van het dictee kunt u zien welke spellingcategorieën nog een keer moeten worden aangeboden om de kinderen een goede start te laten maken met het nieuwe schooljaar.

    Tijdens de instapweek kunt u ook het instapspel spelling aanbieden.
    Invulling van de parkeerweken:
    - uitloop in het lesprogramma
    - afname van niet-methodegebonden toetsen
    - afname van de parkeerweekdictees
    - herhaling van leerstof uit voorafgaande thema's
    - diverse lessuggesties op MijnMalmberg.nl
    Het parkeerweekdictee toetst de spellingcategorieën van de vier voorgaande thema's.
    In de uitstapweek wordt het uitstapdictee afgenomen. De resultaten van het dictee laten goed zien wat de kinderen over het hele jaar hebben geleerd.
    In de uitstapweek kunt u ook het uitstapspel aanbieden. In dit spel grijpen de kinderen terug op de spellingcategorieën die het afgelopen jaar zijn behandeld.
    Elke basisweek heeft twee instructielessen van 20 min. en twee lessen zelfstandig werken van 20 min. Week 4 begint met een woordendictee, waarna drie differentiatielessen volgen. Het thema wordt afgesloten met een zinnendictee

  • Spellingcategorieën

    Taal actief spelling bestaat uit een leerlijn onveranderlijke woorden en een leerlijn werkwoorden. De leerlijn onveranderlijke woorden bevat 38 spellingcategorieën die in 3 strategieën zijn onderverdeeld. De werkwoorden zijn verdeeld in 10 categorieën.

  • Strategisch leren

    In de leerling spelling leren kinderen om gericht strategieën toe te passen bij het schrijven van woorden. Drie hoofdstrategieën staan centraal.
    - Luisterstrategie: schrijf het woord op zoals je het hoort.
    - Regelstrategie: pas de regel toe die bij dit probleem hoort.
    - Weetstrategie: leer het woord uit je hoofd.

  • Lessen

    Er zijn twee soorten lessen.

    - Les 1: leerkrachtgebonden: introductie - instructie - oefendictee
    - Les 2: zelfstandig werken (verlengde instructie) - zelfstandig werken - reflectie

  • Dictees

    Normering dictees:
    100 - 90% goed = zeer goed/goed
    80 -89% goed = voldoende
    minder dan 80% goed = onvoldoende

    Oefendictee: elke instructieles eindigt met een kort dictee. Dit dictee bestaat uit acht woorden (vier van de nieuwe categorie en vier van de "opfriscategorie").
    Vier nieuwe woorden:
    - alles goed dan werken op ** en ***
    - vervolg na "niet alles goed" verlengde instructie, * en **
    Vier opfriswoorden: klassikaal nabespreken

    Themadictees: woorden- en zinnendictee
    Waardering woordendictee:
    0 ft. zeer goed vervolg plusbladen
    1 ft. goed vervolg zelfstandig ** en ***
    2, 3 ft. voldoende vervolg zelfstandig * en **
    4 of meer ft. onvoldoende vervolg instructie, * en **
    Waardering zinnendictee:
    0-2 ft. (zeer) goed vervolg geen
    3-6 ft. voldoende extra oefenen in parkeerweek
    7 ft. of meer onvoldoende RT-programma spelling
    Van de niet-categoriewoorden levert elk fout geschreven woord één fout op, ongeacht het aantal fouten in een woord.
    Daarnaast wordt beoordeeld:

    - het aaneenschrijven van woorden
    - het gebruik van hoofdletters
    - het gebruik van leestekens
    - het overslaan van woorden
    - het dubbelschrijven van woorden
    - het niet in de juiste volgorde schrijven van woorden
    - een ander woord schrijven dan is gezegd
    Als op een van deze zinsaspecten meer dan één keer een fout is gemaakt, dan wordt voor elk onderscheiden aspect slechts één fout voor het hele dictee gerekend.

    Waardering parkeerweekdictee:
    0-2 ft. goed vervolg geen
    3-4 ft. voldoende extra oefenen in parkeerweek
    5 ft. of meer onvoldoende RT-programma spelling

    Waardering instapdictee en uitstapdictee:
    1-4 ft. categoriewoorden goed vervolg geen
    5-8 ft. categoriewoorden voldoende extra oefenen in parkeerweek
    9 ft. of meer categoriewoorden onvoldoende RT-programma spelling
    0-2 ft. werkwoorden goed vervolg geen
    3-4 ft. werkwoorden voldoende extra oefenen in parkeerweek
    5 ft. of meer werkwoorden onvoldoende RT-programma spelling

 
Add to Yurls