juf Anita
 
(Advertentie)

Alle kinderen starten met een beginopdracht (eerst proberen). Aan de hand van de fouten wordt het niveau bepaald.
- Taalzwakke kinderen beginnen met * (met verlengde instructie, drempelniveau) en maken ook de opdracht bij ** (basisniveau).
- De andere kinderen mogen * overslaan en beginnen met **. Zij maken vervolgens ook de opdracht bij *** (verrijkingsniveau)>
Zo haalt elk kind het basisniveau.
- Voor zeer begaafde kinderen heeft Taal actief een compact programma met een extra leerlijn via het plusboek.

Elk leerjaar begint met een instapweek en eindigt met een uitstapweek. Daartussen zitten acht thema's van elk vier weken. Van de vier themaweken zijn de eerste drie weken gevuld met basisinstructie en gedifferentieerd oefenen. Week 4 is er voor de differentiatietaken n.a.v. de toetsresultaten. Na elke twee thema's is er een parkeerweek. De twee thema's plus parkeerweek vormen samen een zg. blokperiode. Deze blokperiodes worden gebruikt om groepsoverzichten en groepsplannen op te stellen en te evalueren.

Organisatie van een thema:

Basisweek 1 en 2:
- maandag ankerverhaal/woordenschat
- dinsdag taal verkennen
- woensdag spreken en luisteren of schrijven
- donderdag taal verkennen
- vrijdag toepassing
Basisweek 3:
- maandag ankerverhaal/woordenschat
- dinsdag woordleer- en onthoudstrategieën
- woensdag spreken en luisteren of schrijven
- donderdag samenwerkend leren
- vrijdag taaltoets
Week 4 na de toets:
- maandag woordenschat
- dinsdag taal verkennen
- woensdag schrijven
- donderdag taal verkennen
- vrijdag thema-afsluiting

Elke dag één taalles: op maandag 60 minuten en op dinsdag t/m vrijdag 40 minuten.

Elke les start met het lesdoel (instapkaart). Elke les eindig met reflectie (uitstapkaart).

Normering van de taaltoets:
100 - 90% = zeer goed/goed
80 - 89% = voldoende
minder dan 80% goed = onvoldoende
De resultaten van de taaltoets bepalen op welk niveau het kind in week 4 kan starten.

Beoordeling spreken en luisteren:
Lesobservatie spreken en luisteren: op deze lijst staan per jaargroep vijf observatiepunten die aansluiten bij de vaardigheden die in de lessen centraal staan.
Algemene indruk spreken en luisteren: op deze lijst kan de algemene indruk vastgelegd worden van de ontwikkeling van de spreek- en luistervaardigheden van elk individueel kind.
Zelfevaluatie: vanaf groep 6 gaan kinderen zichzelf evalueren.

Beoordeling schrijven:
Op het beoordelingsblad schrijfopdrachten staan alle schrijfopdrachten van het hele jaar vermeld. Per schrijfles staat aangegeven op welke aspecten gelet moet worden bij het nakijken.
Zelfevaluatie: Taal actief biedt vier keer per jaar reflectielessen, waarin de kinderen hun werk naast elkaar leggen en m.b.v. een portfolioformulier reflecteren op de eigen schrijfontwikkeling.

Vier leerstofdomeinen:

- woordenschat
- taal verkennen
- spreken en luisteren
- schrijven

Taal actief woordenschat telt twee leerlijnen:
- woorden en woordgroepen

- woordleer- en onthoudingsstrategieën

In elk thema van Taal actief worden drie lessen besteed aan het leren van nieuwe woorden.
Les 12 van elk thema is speciaal gericht op het leren onthouden van woorden en woordbeteknissen en het leren achterhalen van betekenissen van onbekende woorden.

Elke basisweek in Taal actief start met semantisering en een ankerverhaal (lesdeel A 30 min.) en een woordenschatles zelfstandig werken (lesdeel B 30 min.)

Woordenschat extra: Voor kinderen met een beperkte woordenschat is een extra woordenschat-programma ontwikkeld.

Taal verkennen heeft vier subdomeinen:
- verkennen van letters, klanken en leestekens
- verkennen van woorden: woordvorming en woordbenoeming
- verkennen van zinnen: zinsvorming en zinsontleding
- verkennen van taalgebruik: taalverschijnselen

Elk thema in Taal actief telt vier lessen taal verkennen. Zo'n les duurt 40 min.: introductie, instructie, oefenen, werkafspraken, zelfstandig werken (verlengde instructie), reflectie.

De leerlijn spreken en luisteren telt vijf sublijnen:

- expressieve vaardigheden
- informatieve vaardigheden
- instructieve vaardigheden
- betogende vaardigheden
- contactuele vaardigheden
Elk thema in Taal actief heeft twee lessen spreken en luisteren. Zo'n lles duurt 40 min.: verkennen, voorbereiden, uitvoeren, napraten, reflectie.

De leerlijn schrijven telt zes sublijnen:
- verhalen schrijven
- informatieve teksten schrijven
- instructieve teksten schrijven
- betogende teksten schrijven
- poëtische teksten schrijven
- contactuele teksten schrijven

Elk thema in Taal actief telt twee lessen schrijven. Zo'n les duurt 40 min.: verkennen, voorbereiden, schrijven, verbeteren, presenteren, reflectie.

Het is belangrijk dat schrijfwerk van kinderen wordt gepresenteerd of gepubliceerd.

De school kan schrijfportfolio's aanschaffen. De kinderen bewaren al hun schrijfwerk in hun eigen schrijfportfolio. De kinderen dateren altijd hun werk zodat ze zelf, maar ook de leerkracht en de ouders, de schrijfvorderingen kunnen zien.

(Advertentie)